Foundation is onderdeel van

Actueel
Ontwikkelings-projecten mogen ook ‘tegen de draad’ ingaan
Nieuws
12 juni 2020

Ontwikkelings-projecten mogen ook ‘tegen de draad’ ingaan

Gine Zwart stond aan de wieg van Zorg van de Zaak Foundation. Ze heeft al meer dan 25 jaar ervaring in het verbeteren van voedselzekerheid in Afrika en andere delen van de wereld.  Onlangs nam ze na vijf jaar afscheid als bestuurslid.  ‘10 meisjes die voetballen. Ik heb onderschat hoe belangrijk dat ook is.’

Welke eisen werden in 2015 door Zorg van de Zaak Netwerk gesteld toen jullie begonnen met de Foundation?

We hadden een ‘carte blanche’. Het was bijzonder om zoveel vertrouwen te krijgen. Het was tegelijk ook een spannend eerste jaar. We wisten meteen dat we in contact wilden zijn met de doelgroepen van Zorg van de Zaak Netwerk: met mensen in Nederland die willen deelnemen aan de samenleving. Tegelijkertijd wilden we zeker ook daar iets betekenen waar de nood vaak heel hoog is, in landen met veel armoede,  en je met een beetje steun al heel veel kunt betekenen. Verder wilden we geen individuen steunen. En onze projecten mochten geen druppel op de gloeiende plaat zijn.

Hoe kon de Foundation verschil maken naast het werk van de ‘giganten’ zoals Oxfam?

Er zijn veel kleine, vernieuwende initiatieven die niet in aanmerking komen voor financiering van de gangbare ontwikkelingssamenwerking organisaties. We wilden ons vooral  daarop richten. Daarom kozen we meteen aan het begin voor financiële steun aan ‘Earthrise Trust’: een werkgemeenschap in Zuid Afrika die erop gericht is dat bewoners ook eigenaar worden van de grond en kleine bedrijven oprichten. Dit initiatief was risicovol en ‘tegen de draad’. We hebben er de afgelopen vijf jaar veel bereikt.

Hoe kwamen jullie tot de keuze voor projecten?

De missie van Zorg van de Zaak Netwerk hielp ons om projecten te kiezen: ‘Zinvol meedoen aan de maatschappij’. Daarmee richtten we ons bijvoorbeeld al snel meer op (jong) volwassenen dan op kinderen. We richtten een mandje van projecten in. Die bestond uit innovatieve, experimentele  projecten en daarnaast uit projecten die snel tot resultaat leidden.’ Een voorbeeld is ‘Life Goals’. Die stichting richt zich op lokale sportprogramma’s die mensen snel meer zelfvertrouwen geven. Wat dat betreft is het dus juist ook goed om  – bijvoorbeeld  – te faciliteren dat 10 meisjes kunnen gaan voetballen.

Is het mogelijk om via ontwikkelingsprojecten de bron van armoede aan te pakken?

Ja. Er zijn projecten die zich richten op de oorzaak. Een voorbeeld is het maandverbandproject van de ‘India Tea Association’. De spin off is dat het taboe rondom menstruatie in India wordt aangekaart. En de grote fabrikanten van maandverband zijn geschrokken van het project. We zouden dat moeten laten onderzoeken maar lokale productie leidt ertoe dat grote fabrikanten overwegen om prijzen te verlagen. Een ander voorbeeld is White Mountain: hier heeft een hele grote gemeenschap die rond de Kilimanjaro woont in Kenya gezamenlijk de visie ontwikkeld dat er weer altijd sneeuw op de Kilimanjaro moet zijn voor een gezond en duurzaam leefklimaat voor de mensen daar. De activiteiten zijn hele kleine stapjes  om hiertoe te komen, bv groentetuintjes, bomen planten. De grote visie van allen dat het kan: weer sneeuw op de Kilimanjaro geeft allen veel hoop en motivatie en pakt zeker de bron van armoede aan.

Kun je de resultaten van ontwikkelingssamenwerking meten?

Je moet kunnen verantwoorden waar je je geld aan hebt uitgegeven. Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat zoveel bomen zijn geplant, zoveel mensen zijn opgeleid. . Het probleem bij ontwikkelingssamenwerking is dat je wordt gevraagd ook aan te geven wat voor banen die mensen dan krijgen  tot hun pensioen hoe de hele maatschappij daar beter van wordt, of hoe die bomen het hele klimaat hebben gered. Die verantwoordingsmethode is doorgeslagen en te weinig aandacht voor de mensen die het allemaal doen.